Hoe verkopen we Antwerpen als toeristische parel aan de Amerikanen, Russen, Indiërs en Chinezen? De wereld is zich nog steeds niet bewust van het feit dat aan de Schelde een stad ligt die heel veel te bieden heeft. Traditie, met Rubens en Van Dyck. Nieuwe creativiteit in sectoren zoals de mode, design, beeldende kunsten en ballet. Een aanbod van shopping en horeca dat zich kan meten met alle andere Europese steden. En dat alles op amper anderhalve vierkante kilometer. Dat laatste - de combinatie van stad en dorp - maakt Antwerpen zelfs uniek.
Dat laatste luik heeft al geleid tot onder meer de decentralisatie van het lokaal cultuurbeleid naar de districten en tot de hertekening van het landschap van de culturele centra en bibliotheken. Maar terug naar de internationale ambities van Antwerpen. Hoe wordt de stad een van de creative cities die volgens de Amerikaanse socioloog Richard Florida de wereld gaan domineren? Dat doe je niet met een A-campagne, want die is vooral gericht naar de Antwerpenaars zelf. Je doet het sowieso niet met een reclamecampagne, want om op die manier de wereld te veroveren heb je astronomische budgetten nodig.
Nee, Antwerpen moet de boer op met zijn creatieve kwaliteiten. En dat doet de stad momenteel ook. Jan Fabre in het Louvre, Luc Tuymans in Boedapest, Het Toneelhuis in Avignon, het Ballet van Vlaanderen in New York: Antwerpen zendt zijn creatieve zonen en dochters uit, en met succes. Volgend jaar gaat de tentoonstelling Antwerp 6+ (over de grote modeontwerpers) op reis naar Tokio. De expo A story of the Image, die een overzicht geeft van de Antwerpse beelcultuur van de Vlaamse Primitieven tot Luc Tuysmans, is achtereenvolgens te zien in Shangai en in Singapore. Met New York wordt samengewerkt aan de totstandkoming van het museum rond de Red Star Line, die beide steden nauw verbond. En ook tijdens de reizen van havenschepen Marc Van Peel (eveneens CD&V) zal Antwerpen veel meer als oude èn nieuwe cultuurstad worden verkocht.