
Alcoy, in het Valenciaans Alcoi, is een stad die bij de buitenlanders weinig bekend is. Het is een industriestad in het binnenland van de provincie Alicante, bekend als de stad van de bruggen. Omdat Alcoy gebouwd werd op de samenvloeiing van drie rivieren vinden we hier een massa bruggen uit diverse tijdperken. In Spanje is Alcoy vooral bekend om zijn grandioze optochten tijdens de feesten van Moros y Cristianos.
De stad biedt nog wel een mooi oud centrum en het is de ‘poort’ tot de Sierra de Mariola vanaf de kust. Er is nog een andere bijzonderheid die Alcoy uniek maakt in Spanje; een bijzonderheid die zo goed als onbekend is, maar beslist het vermelden waard: een ondergronds kerkhof.
Een unieke ‘bibliotheek’ van de overledenen in de catacomben. Het kerkhof van San Antonio Abed is uniek in Spanje en men begon met deze catacomben in de negentiende eeuw. Behalve pantheons die nationaal bekroond werden en speciale afdelingen voor de clerus, militairen en bekende alcoianos is er ook een burgerlijke begraafplaats in deze ondergrondse galerijen. Ze zijn een bezoek waard en worden de laatste maanden ook toeristisch aangeprijsd.
Het gemeentebestuur van Alcoy organiseert geleide bezoeken en zelfs rondleidingen in theatervorm naar aanleiding van Allerheiligen. De aanleg in etages neemt minder plaats in en dat was de reden dat men in de negentiende eeuw ondergronds begon te begraven. Waar de levenden plaats wonnen naar boven toe, wonnen de overledenen plaats naar onder.
De catacomben beslaan drie galerijen en ze hebben alle drie een ‘straatnaam’. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat alleen vooraanstaande personen hier bijgezet werden, maar het duurde niet lang of iedereen die voldoende geld had liet zich hier begraven of lieten hun overleden familielid naar deze catacomben overbrengen.
De catacomben bevatten nu praalgraven met artistieke uitingen. Graftomben uit het oude kerkhof, dat plaats diende te ruimen voor de uitbreiding van de stad, werden in 1812 naar hier overgebracht. Het oude kerkhof lag naast de stad en de cholera-epidemie was de oorzaak van het opruimen van de begraafplaats.
In 1885 werd het kerkhof verplaatst naar buiten de stadsmuren, langs de weg naar Font Roja, waar het nog steeds ligt, en in 1895 werden de eerste ondergrondse galerijen in gebruik genomen. Vele van de grafstenen zijn nog steeds juweeltjes en heel bijzonder. De galerijen zijn goed verlucht en verlicht en zijn het werk van de ingenieur Enrique Vilaplana uit Alcoy, die de niveauverschillen van het terrein gebruikte voor de aanleg.
Sinds 2012 maken deze catacomben deel uit van de Europese Route van Kerkhoven. Nu wordt door het gemeentebestuur ook een lift geïnstalleerd om mensen in rolstoelen of minder validen de mogelijkheid te bieden deze unieke onderaardse begraafplaats te bezoeken.